De algemene verjaringstermijn voor een rechtsvordering is 20 jaar. Voor een aantal rechtsvorderingen heeft de wet de verjaringstermijn ingekort naar 5 jaar. Dat geldt bijvoorbeeld voor een vordering die uit een overeenkomst voortvloeit, bijvoorbeeld een geldvordering of een huurvordering.
De geldvordering blijft na de termijn van 5 jaar nog wel bestaan. Maar de wederpartij kan dan (juridisch) niets meer ondernemen om de betaling af te dwingen.