Smartengeld moet u zien als een vergoeding voor de geleden pijn en gederfde levensvreugd. De hoogte van smartengeld hangt af van vele factoren. Bijvoorbeeld:
- de aard van het letsel;
- de ernst van het letsel;
- de duur van het verblijf in het ziekenhuis;
- het aantal medische behandelingen;
- verlies van werk;
- verlies van sociale contacten;
- verlies van hobby’s;
- littekens en verminkingen
- blijvende klachten en beperkingen.
Men kan het smartengeld pas (definitief) bepalen als een stabiele medische situatie is ontstaan. Dat is het geval bij genezing of bij blijvende restklachten of invaliditeit. In Nederland zijn de uitgekeerde smartengeldvergoedingen doorgaans niet hoog.