Bij een ongeval door gladheid is de wegbeheerder niet automatisch aansprakelijk.
Alleen wanneer duidelijk is dat de wegbeheerder niet aan haar zorgplicht heeft voldaan, is aansprakelijkheid mogelijk.
De wegbeheerder heeft een zorgplicht als het gaat om het bestrijden van gladheid. Dat is dus niet hetzelfde als een garantieplicht. Het kan altijd zijn dat bepaalde delen van de weg buiten het bereik van de strooiwagen vallen. Zo kunnen er gladde delen van de weg blijven bestaan. Iedere weggebruiker moet daar rekening mee houden en zijn rijgedrag aanpassen aan de omstandigheden.
De zorgplicht houdt in dat de wegbeheerder zich moet inspannen om gladheid te bestrijden. Meestal heeft de wegbeheerder een vaste volgorde in het bestrijden van de gladheid. De belangrijkste wegen komen het eerste aan de beurt. Voorbeeld van zo’n volgorde is: doorgaande wegen, belangrijke toegangswegen, busroutes, doorgaande fietsroutes, enz.
Er zijn ook straten waar helemaal niet wordt gestrooid. De wegbeheerder heeft niet de middelen om overal te strooien. Een weggebruiker moet daar rekening mee houden.