Hoogste rechter oordeelt dat verhoging AOW-leeftijd onredelijk kan zijn

In 2012 heeft de regering besloten om vanaf 1 januari 2013 de AOW-leeftijd (het moment waarop het AOW-pensioen in kan gaan) stapsgewijs te verhogen. Vervolgens heeft de regering dit in 2015 nog verder aangescherpt, door te bepalen dat de verhoging van de AOW-leeftijd versneld plaats moet vinden. Meerdere mensen die met verhoging van de AOW-leeftijd zijn/worden geconfronteerd, hebben daar juridische stappen tegen ondernomen. Op 18 juli 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep (de hoogste rechter op dit gebied) in meerdere zaken over dit onderwerp uitspraak gedaan.

Uitspraken Centrale Raad van Beroep

In de zaken die aan de Centrale Raad van Beroep zijn voorgelegd, werd namens (toekomstige) AOW-gerechtigden gesteld dat de verhoging van de AOW-leeftijd in strijd is met het Europese recht. Zij voerden aan dat de maatregel in strijd is met het recht op bescherming van eigendom en dat sprake is van een verboden onderscheid naar leeftijd (leeftijdsdiscriminatie). 

De Centrale Raad van Beroep heeft in de uitspraken van 18 juli 2016 bepaald dat er in de aan haar voorgelegde gevallen inderdaad sprake is van inmenging in het eigendomsrecht. Deze inmenging leidt echter in het algemeen niet tot een schending van het Europese recht, omdat deze is opgenomen in de wet en is gebaseerd op een gerechtvaardigde doelstelling in het algemeen belang. Dit neemt niet weg dat in een individueel geval sprake kan zijn van een onevenredig zware last. In dat geval wordt het Europese recht wel geschonden. Op het moment dat iemand opkomt tegen de verhoging van de AOW-leeftijd zal daarom aan de hand van de specifieke situatie van die persoon beoordeeld moeten worden of de verhoging in stand kan blijven. Het is niet duidelijk wanneer sprake is van een onevenredig zware last. In de uitspraken van 18 juli 2016 was dat niet het geval. Het ging om zaken waarin de AOW-leeftijd met één tot twee maanden was verhoogd en deze periode (deels) kon worden overbrugd met spaargeld of een bijstandsuitkering.

Leeftijdsdiscriminatie is volgens de Centrale Raad van Beroep niet aan de orde. De verhoging van de AOW-leeftijd raakt iedereen die is geboren op of na 1 januari 1948. De grens moet ergens worden gelegd. Ook hier is van belang dat de verhoging van de AOW-leeftijd nodig wordt geacht om de overheidsfinanciën op orde te houden.

Wanneer kan men opkomen tegen de verhoging van de AOW-leeftijd? 

Het is mogelijk om al (ruim) voor het bereiken van de AOW-leeftijd een pensioenoverzicht bij de SVB aan te vragen, om daarmee inzicht te krijgen in de toekomstige AOW-rechten. In een pensioenoverzicht wordt aangegeven hoeveel AOW-pensioen men in de toekomst zal kunnen krijgen en wanneer het in zal kunnen gaan. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat in een procedure tegen een pensioenoverzicht de verhoging van de AOW-leeftijd (nog) niet kan worden getoetst. Dat kan pas op het moment dat het AOW-pensioen daadwerkelijk is toegekend. De uitspraak van de rechtbank in Leeuwarden, waarin in november 2015 werd geoordeeld dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet in stand kon blijven, is om deze reden in hoger beroep vernietigd. 

Wat kunt u doen?

Op de website van de SVB kunt u bekijken wat uw AOW-leeftijd is. Ongeveer vijf maanden voordat u de AOW-leeftijd bereikt, krijgt u van de SVB een brief waarin staat dat u de AOW aan kunt vragen. Nadat u de AOW heeft aangevraagd, krijgt u een beslissing waarin staat hoeveel AOW u krijgt en wanneer uw AOW ingaat. Als u het niet eens bent met de verhoging van de AOW-leeftijd kunt u tegen deze beslissing bezwaar maken. U moet dan wel argumenten aan kunnen dragen waarom de verhoging van de AOW-leeftijd in uw specifieke geval onevenredig grote gevolgen heeft. Mocht de SVB haar beslissing naar aanleiding van uw bezwaarschrift niet wijzigen dan staat nog beroep open bij de rechtbank en eventueel hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. 

SRK Rechtsbijstand heeft een team van ervaren juristen die deze procedures namens u kunnen voeren. Zorg ervoor dat u zich tijdig, dus (ruim) binnen de bezwaartermijn van zes weken na de toekenning van uw AOW-pensioen, bij ons meldt.

 

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp