Huren en buren: de huurder in het burenrecht. Deel 2: Dier en leed

Afgelopen week heeft u deel 1 van Huren en Buren kunnen lezen van mijn collega Amina Heddar. Hierbij deel 2. In dit deel zal worden gekeken naar de overlast die huisdieren kunnen veroorzaken. Nederland telt meer dan 33 miljoen huisdieren. Uit onderzoek blijkt dat het aantal huisdieren sinds 2010 met 12,5% is gestegen. De kans is dus groot dat een van uw buren in het bezit is van een huisdier.

In de zomer maakt u hoogstwaarschijnlijk meer gebruik van uw tuin of balkon. Dit heeft tot gevolg dat u sneller in contact komt met uw buren en daarmee ook met de huisdieren van uw buren. Huisdieren zijn leuk, maar kunnen ook voor overlast zorgen. Hierbij kunt u denken aan stankoverlast of geluidsoverlast. In een dichtbevolkt land als Nederland spreekt het voor zich dat hinder moet worden geaccepteerd, zolang deze niet onrechtmatig is. Zoals het een goede buur betaamt, zult u uiteraard eerst de overlast met uw buren bespreken en proberen gezamenlijk tot een oplossing te komen. Met een beetje begrip over en weer zullen de meeste onenigheden hierdoor uit de lucht zijn geholpen. Maar welke mogelijkheden heeft u wanneer een goed gesprek met de buren niet tot een oplossing leidt?

Artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek (BW)

De wet kent geen specifieke bepaling over huisdieren. Eigenaars hebben de vrijheid te doen en laten wat zij willen op hun erf. Deze vrijheid kan echter worden beperkt op het moment dat gedragingen leiden tot dermate ernstige vormen van hinder dat dit naar algemene maatschappelijke normen onaanvaardbaar is en als ‘onrechtmatige’ hinder kan worden bestempeld. 

In het burenrecht is artikel 5:37 BW opgenomen. In dit artikel wordt het volgende bepaald. “De eigenaar [de huurder] van een erf mag niet in een mate of op ene wijze […] die onrechtmatig is, aan eigenaars [huurders] van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.”  Hoewel dit artikel zich richt tot eigenaars, is bepaald dat u als huurder ook een beroep kan doen op dit wetsartikel. U moet dan naast de schade die u lijdt, aantonen dat een verband bestaat tussen de onrechtmatige hinder en deze schade. Daarnaast moet u kunnen aantonen dat de onrechtmatige hinder aan uw buren te verwijten is..

Uit een aantal voorbeelden uit de rechtspraak blijkt dat de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder afhangt van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade. De rechter kijkt bij overlast veroorzaakt door huisdieren met name naar de hoeveelheid huisdieren, het soort huisdier en de omgeving waarin het huisdier wordt gehouden. Uit deze rechtspraak volgt bijvoorbeeld dat 20 katten die in een klein appartement worden gehouden dat niet voldoende wordt gereinigd, in het concrete geval onrechtmatige hinder kan meebrengen door de stank die hierdoor kan worden verspreid. Ook het houden van acht honden van het formaat husky in een bovenwoning van 68m2 kan onrechtmatige hinder opleveren, veroorzaakt door bijvoorbeeld stank en rumoer. Maar de rechter vond de ervaren overlast veroorzaakt door kraaiende hanen dan weer niet zodanig dat van onrechtmatige hinder kon worden gesproken. De rechter keek hierbij naar de frequentie van het gekraai en het aantal decibellen dat werd geproduceerd. De omstandigheden van het geval zijn dus van groot belang bij de bepaling of sprake is van onrechtmatige hinder of hinder die u moet aanvaarden. 

In de praktijk

Zoals hiervoor besproken, heeft het de voorkeur eerst gezamenlijk met de buren tot een oplossing te komen. Mocht het namelijk aankomen op een gerechtelijke procedure, dan zal de rechter altijd eerst kijken naar wat partijen samen hebben geprobeerd om een einde aan de overlast te maken. Uiteraard zijn de afspraken afhankelijk van de aard van de klacht. In het geval van geluidsoverlast zou kunnen worden afgesproken dat de huisdieren na een bepaalde tijdstip binnenshuis moeten blijven of dat gebruik zal worden gemaakt van een zogenoemde blafband. Als sprake is van stankoverlast van katten, zou u bijvoorbeeld kunnen afspreken dat een ander soort grind kan worden geprobeerd. Daarnaast heeft u als huurder de extra mogelijkheid om uw verhuurder in te schakelen bij een onenigheid met uw buren. 

Ervaart u overlast van de huisdieren van uw buren, blijft deze overlast niet binnen de grenzen van redelijkheid en kunt u met uw buren niet tot een oplossing komen? Dan kunt u uiteraard ook contact opnemen met SRK, waar mijn collega’s en ik u graag bijstaan.

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp