Transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid vergoed door UWV

Asscher stelt voor om de transitievergoeding kosten, die een werkgever maakt bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, te laten vergoeden door het UWV

Eerder dit jaar kondigde minister Asscher een wetswijziging aan die een einde zou maken aan het probleem van het . Onlangs heeft hij een concept-wetsvoorstel ingediend, waaruit de contouren van de beoogde oplossing en de (voorlopige) voorwaarden van de nieuwe regeling blijken.

De hoofdlijnen 

Voorgesteld wordt om de , die een werkgever maakt bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, te laten vergoeden door het UWV vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). De werkgever blijft dus zelf (onder voorwaarden) de transitievergoeding verschuldigd aan de werknemer en kan daarvoor gecompenseerd worden vanuit het Awf. De werknemer zal op zijn beurt geen recht hebben op een transitievergoeding tegenover het Awf, maar zal daarvoor net als nu bij zijn werkgever moeten aankloppen.

Beperking hoogte vergoeding 

De hoogte van de vergoeding voor werkgevers, die een transitievergoeding betalen bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst wegens van de werknemer, is in twee opzichten begrensd.

Ten eerste zal niet meer aan vergoeding worden betaald, dan de transitievergoeding bedroeg op het moment dat de loonbetalingsplicht van de werkgever eindigde (in principe na twee jaar ziekte). Hiermee wordt voorkomen dat er misbruik van de regeling wordt gemaakt, door het dienstverband langer in stand te houden met het doel de transitievergoeding en de compensatie daarvoor vanuit het Awf te verhogen.

Ten tweede is de hoogte van de vergoeding beperkt tot het loon dat de werkgever tijdens de ziekte van de werknemer betaalde. Met deze regeling wordt namelijk niet zozeer beoogd om de werkgever te compenseren voor de kosten van de transitievergoeding, maar om te voorkomen dat de werkgever dubbele kosten maakt: het loon tijdens ziekte én de transitievergoeding.

Ook vergoeding bij beëindiging met wederzijds goedvinden 

Op grond van de wet heeft een werknemer alleen recht op een transitievergoeding als hij minstens 24 maanden in dienst is geweest en de arbeidsovereenkomst

  1. door de werkgever is opgezegd,
  2. op verzoek van de werkgever is ontbonden of 
  3. van rechtswege is geëindigd en op initiatief van de werkgever niet is voortgezet.

Bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, door middel van een beëindigingsovereenkomst, bestaat dus strikt genomen geen recht op een transitievergoeding. In de praktijk is dit echter een veelgebruikte manier om een arbeidsovereenkomst te beëindigen en vaak wordt daarbij ook een transitievergoeding of een andere overeengekomen.

Om te voorkomen dat werkgevers onnodig is besloten om  hen ook een vergoeding toe te kennen, als de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden door middel van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, en daarbij aan de werknemer een (transitie)vergoeding is betaald. Uiteraard geldt daarbij wel de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Met terugwerkende kracht 

De regeling geldt met terugwerkende vanaf 1 juli 2015, de datum waarop de transitievergoeding werd ingevoerd. Als een werkgever op of na die datum een arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer heeft beëindigd onder toekenning van een vergoeding, zal die werkgever dus recht hebben op een (gedeeltelijke) vergoeding van de daarmee gemoeide kosten vanuit het Awf.

Aanpassing transitievergoeding bij bedrijfseconomisch ontslag 

Het concept-wetsvoorstel gaat ook over aanpassing van de transitievergoeding bij bedrijfseconomisch ontslag. Daarover kunt u meer informatie vinden in het artikel .

Nog niet definitief 

SRK Rechtsbijstand informeert haar klanten graag zo spoedig mogelijk over aangekondigde of aanstaande wetswijzigingen. Daarom willen wij deze informatie over het concept-wetsvoorstel met u te delen. Daarbij is de kanttekening dat de definitieve wetswijziging wezenlijk kan verschillen van het huidige concept-wetsvoorstel. Het wetgevingsproces in Nederland bestaat uit een lang traject, waarin het wetsvoorstel de nodige wijzigingen kan ondergaan en in theorie zelfs kan sneuvelen. In eerste instantie zal de Raad van State advies moeten uitbrengen over het wetsvoorstel en uiteindelijk zal dat wetsvoorstel - met eventuele aanpassingen - door zowel de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen moeten worden om in werking te treden.

Als er nadere ontwikkelingen zijn rondom deze wetswijziging, zult u t.z.t. meer informatie hierover vinden op deze website.


Meer weten over de Transitievergoeding? Lees onze andere artikelen van Jochem Grashuis.

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp