Letsel bij escaperoomspel

Escaperooms zijn een ware hype in Nederland. Het spel is als volgt: een groep deelnemers moeten onder tijdsdruk ontsnappen uit een kamer door het oplossen van opdrachten, zoals puzzels, cijfercodes e.d. Het is een ideale teambuildingsactiviteit. Maar ook hier kunnen ongelukken gebeuren met letselschade tot gevolg. Dit overkwam een 63-jarige man tijdens een personeelsuitje in 2015.

De directie van de escaperoom en het slachtoffer raakten in een discussie verwikkeld over de aansprakelijkheid. Wie is aansprakelijk voor het ontstaan van het ongeval en op welke gronden? De rechtbank Zeeland-West-Brabant boog zich over deze vraag. 

Been gebroken in escaperoom

Een 63-jarige man heeft in juni 2015 zijn been gebroken tijdens een personeelsuitje in een escaperoom. Hij was ingedeeld in een groep van 10 collega’s. Tijdens het spel ontcijferden de deelnemers een code waarmee een metalen traliehek werd geopend. Achter dit hek zat een trap die toegang bood tot een ruimte naar beneden. Vanuit een ruimte met harde geluidseffecten en bliksemschichten betrad het slachtoffer het trapgat waaruit mistwolken tevoorschijn kwamen. Het slachtoffer ging als derde naar beneden en viel  toen hij een misstap maakte. Daardoor liep hij een gecompliceerde beenbreuk op.

Aansprakelijkheid 

Het slachtoffer stelde de exploitanten van de escaperoom aansprakelijk voor het ontstaan van het ongeval. Volgens hem werd het zicht in het trapgat ernstig beperkt door weinig licht in combinatie met de mist. Daarnaast was hij er vooraf niet gewezen op deze gevaarlijke spelsituatie. De exploitanten waren het hier niet mee eens en wijten het ongeval aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De exploitanten vinden dat deze letselschade niet op hen kan worden afgewenteld. 

Verweer exploitanten

De exploitanten verwijzen naar de algemene voorwaarden. Daarin wordt aangegeven dat de ruimte altijd van tevoren gecontroleerd mag worden voor duidelijkheid over de eventuele risico’s van het spel. Zij vinden dat de werkgever nalatig is omdat, die hier geen gebruik van had gemaakt. Daarnaast gaven de exploitanten aan dat de deelnemers voorafgaand aan het spel mondelinge veiligheidsinstructies kregen. Bovendien was de trap voldoende verlicht en werden de deelnemers niet verblind door licht en/of mist. Ook had het slachtoffer ervoor kunnen kiezen om het spel vroegtijdig te verlaten. De exploitanten doen een beroep op eigen schuld van het slachtoffer. 

Het Kelderluik-arrest 

In letselschadeland is het Kelderluik-arrest een zeer belangrijke arrest. In dit arrest bepaalde de Hoge Raad de maatstaven voor het creëren van een situatie die mogelijk schade tot gevolg heeft. Deze is tot op de dag van vandaag van toepassing. Een onrechtmatige daad wordt sinds die tijd beoordeeld volgens de vier criteria van het Kelderluik-arrest. 

  • Hoe waarschijnlijk is het dat iemand dermate onoplettend en onvoorzichtig is waardoor een mogelijk gevaar niet wordt opgemerkt?
  • Is er een groot risico dat daardoor een ongeval ontstaat?
  • Hoe ernstig kunnen de gevolgen en het letsel zijn die hieruit voortvloeien?
  • Is het bezwaarlijk om veiligheidsmaatregelen te nemen? 

Uitspraak rechter

Letsel EscaperoomDe rechter ging de vier criteria langs en oordeelde dat de door exploitanten gecreëerde omgeving een desoriënterende werking heeft. Het veilig betreden van de steile trap werd hierdoor bemoeilijkt. Bovendien was voor de deelnemer het platform moeilijk te onderscheiden van de vloer van de benedenverdieping. Nu bovendien de leuning aan de rechterzijde van de trap eindigde, is het goed voor te stellen dat het slachtoffer meende op de begane grond te zijn in plaats van op het kleine platform vóór het onderste deel van de trap. 

Het ligt voor de hand dat een speldeelnemer bij het betreden van het platform niet de zorgvuldigheid en oplettendheid in acht neemt, die de situatie eigenlijk vergt. Het is algemeen bekend dat een val vanaf een trap kan leiden tot (ernstig) letsel. Er waren overigens geen voorzieningen getroffen die de kans op letsel als gevolg van een val konden voorkomen of beperken. 

Er ontbraken in de ruimte adequate, op het gevaargerichte waarschuwingen. Veiligheidsvoorzieningen, zoals een armleuning en reflecterende strips ontbraken. Ook hadden de exploitanten het niveau van desoriënterende factoren kunnen verlagen. Deze noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen konden eenvoudig worden aangebracht. Dit is na het ongeval ook uiteindelijk gebeurd. 

De rechter oordeelde dat de exploitanten zich onrechtmatig gedroegen ten opzichte van het slachtoffer en moeten de schade vergoeden. 

Wilt u meer hierover weten? Dan kunt u gerust contact met ons opnemen en bekijken we wat de mogelijkheden in uw situatie zijn. 


Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:244.

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp