Smartengeld: Weer hoog bedrag bij medische fout: 200.000 euro

Op 21 maart 2017 deed de Rechtbank Rotterdam een uitspraak in een deelgeschil tussen de nabestaanden van een patiënt en de verzekeraar van de behandelend arts. Volgens de rechtbank heeft de arts ernstig medisch verwijtbaar gehandeld. Dit resulteerde onder andere in een smartengeldvergoeding van € 200.000,-. Zet de lijn zich voort over hoge smartengeldvergoedingen?

Wij schreven op 21 december 2015 een bijdrage over het . Hierin constateerden wij een ontwikkeling waarbij de smartengeldbedragen in letselschadezaken in korte tijd flink leken te stijgen. In dit kader wekt bovenstaande uitspraak onze aandacht. 

Deelgeschil

In deze zaak was de fout van de arts een zogenoemde verwijtbare ‘doctors delay’ van vijf jaar. In 2007 kreeg de patiënt verschillende onderzoeken naar haar nieren. Vervolgens bleek in 2013 dat een tumor in de nieren zich dermate ontwikkelde dat de overlevingskansen gering waren. De arts in kwestie handelde volgens het oordeel van de rechtbank in strijd met de geldende richtlijnen om snel en adequaat chirurgisch in te grijpen en nam een afwachtende houding aan. De advocaat van het slachtoffer vorderde een vergoeding voor immateriële schade van € 500.000,-.
Het leek erop dat er een stijgende lijn was in de ontwikkeling van het smartengeld in Nederland, maar uit de motivering van de rechtbank blijkt dat men toch weer naar bestaande jurisprudentie uit het verleden kijkt. 

De rechtbank is van oordeel dat de patiënt geconfronteerd werd met een lijdensweg van dertien maanden waarin zij veel pijn, angst en verdriet ondervond, totdat zij op de relatief jonge leeftijd (50) overleed. 
Van de meeste gevallen waarin Nederlandse rechters de immateriële schade bij letsel hebben begroot, is volgens de rechtbank het geval van ‘de aids-patiënt’ het best vergelijkbaar met bovenstaande situatie. In deze uitspraak uit 1992 oordeelde het Gerechtshof van Amsterdam dat een patiënt, die tijdens een behandeling in het ziekenhuis per abuis werd ingespoten met bloed van een aids-patiënt, een smartengeldbedrag toegewezen kreeg van € 139.134,-. Dit is inmiddels geïndexeerd naar € 229.559,-.  Smartengeld

Hogere bedragen in andere landen

De rechtbank haalt tevens in zijn uitspraak aan dat in vergelijkbare gevallen in andere landen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid vindt de rechtbank van beperkt gewicht, omdat in de rechtstelsels van andere landen niet steeds hetzelfde onderscheid tussen vermogensschade en smartengeld wordt gemaakt als in Nederland. Bijvoorbeeld in landen zoals de Verenigde Staten bestaat er een systeem waarin het smartengeld een bestraffend element omvat. Om die reden kan er volgens de rechtbank geen vergelijking met de hoogte van smartengeld in vergelijkbare gevallen in andere landen worden gemaakt.

Maatschappelijke opvattingen

De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder, aldus de rechtbank. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. In het verleden bleek dat men aanvankelijk terughoudend was over smartengeld. Tegenwoordig staat men niet meer zo afwijzend tegenover het in geld vertalen van leed.
Gelet op het bovenstaande vond de rechtbank een smartengeldvergoeding van € 200.000,- billijk voor de nabestaanden van de patiënt.

Conclusie

Hoewel er uitspraken uit het verleden in deze uitspraak als maatstaf dienen voor de bepaling van de hoogte van het smartengeld, houdt de rechtbank ook nadrukkelijk rekening met maatschappelijke ontwikkelingen. De jurisprudentie hierover blijven wij met belangstelling volgen. Wordt vervolgd…

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp