De Asscher-escape en de billijke vergoeding

Verstoorde arbeidsverhouding. Onder het huidige ontslagrecht mag een werkgever in beginsel alleen de arbeidsovereenkomst eenzijdig (laten) beëindigen als er sprake is van één (of meerdere) van de limitatief in de wet vermelde redelijke gronden, waaronder een verstoorde arbeidsverhouding.

Indien de arbeidsovereenkomst op die grond op verzoek van de werkgever wordt ontbonden, rijst de vraag aan wiens schuld het is te wijten dat de arbeidsverhouding is verstoord. Het zou immers tot erg onredelijke uitkomsten leiden als de werkgever zelf (in overwegende mate) de arbeidsverhouding kan verstoren, om vervolgens om die reden de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden, waarna hij alleen een transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd zou zijn.

Wat is de Asscher-escape

Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet Werk en Zekerheid heeft Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven dat in bepaalde gevallen de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, doordat de werkgever ten onrechte (eerst) beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft nagestreefd op een andere grond, bijvoorbeeld disfunctioneren. De werkgever voert in dat geval in eerste instantie een onterechte grond aan voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waardoor de arbeidsverhouding wordt verstoord. Om die reden kan de arbeidsovereenkomst vervolgens wel worden ontbonden, maar de werkgever loopt dan wel het risico dat hij naast de transitievergoeding ook een billijke vergoeding zal moeten betalen aan de werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen. Deze mogelijkheid wordt veelal aangeduid als de 'Asscher-escape'.

Eerste uitspraak

Op 6 oktober 2015 heeft een rechter voor het eerst een billijke vergoeding toegekend met een (impliciet) beroep op de Asscher-escape. In die zaak was tussen partijen een geschil ontstaan over een door de werkgever voorgestelde loonverlaging. Toen de werknemer daar niet mee instemde, ontstond een discussie over zijn functioneren, waarna de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht op grond van disfunctioneren. De rechter ontbond de arbeidsovereenkomst echter niet op die grond, omdat de werkgever de werknemer onvoldoende in de gelegenheid had gesteld om zijn functioneren op het gewenste peil te brengen. De rechter vond wel dat de arbeidsverhouding tussen partijen dermate ernstig was verstoord, dat hij om die reden de arbeidsovereenkomst ontbond. Hij veroordeelde de werkgever daarbij wel tot betaling van een billijke vergoeding van € 8.000,- bruto aan de werknemer, bovenop een transitievergoeding van € 20.060,- bruto, omdat de werkgever ten onrechte beëindiging van de arbeidsovereenkomst had nagestreefd op grond van disfunctioneren, waardoor de arbeidsverhouding was verstoord.

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp