Geldigheid van het deskundigenoordeel: de werkgever mag geen doktertje spelen!

In geval van een ziekmelding door een werknemer dient de werkgever door een bedrijfsarts vast te laten stellen of er sprake is van ziekte op grond waarvan de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.

In geval van een ziekmelding door een werknemer dient de werkgever door een bedrijfsarts vast te laten stellen of er sprake is van ziekte op grond waarvan de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Komt de bedrijfsarts tot het oordeel dat er geen sprake is van ziekte en is de werknemer het daar niet mee eens, dan kan de werknemer bij het UWV een z.g. deskundigenoordeel aan wagen, ook wel second opinion genoemd. De mogelijkheid van een deskundigenoordeel staat ook voor de werkgever open (b.v. in het geval de bedrijfsarts de werknemer arbeidsongeschikt acht). Het UWV geeft dan als onafhankelijke deskundige een zwaarwegend oordeel over die (on)geschiktheid.

In deze uitspraak was er door de werkneemster een deskundigenoordeel aangevraagd, die betrekking had op de periode van 17 maart tot 7 april. Het UWV was het echter eens met de bedrijfsarts dat de werkneemster in die periode volgens een opbouwschema haar werk kon hervatten, totdat zij op 7 april 2014 volledig arbeidsgeschikt was. Het UWV gaf dit oordeel op vrijdag 24 april 2014.

De werkneemster is vervolgens op maandag 27 april 2014 weer hervat maar is na enkele uren opnieuw uitgevallen met soortgelijke (verergerde) klachten. De werkgever heeft vanaf 1 mei geen loon meer tijdens ziekte betaald en deed daarvoor een beroep op het deskundigenoordeel.

SRK Rechtsbijstand heeft deze zaak via een van haar advocaten mr. A.A. Slager, voorgelegd aan de rechtbank. SRK was namelijk van mening dat de werkgever zich in deze zaak ten onrechte op het deskundigenoordeel beriep. Dat oordeel had betrekking op de periode van 17 maart tot 7 april en niet op de uitval op 27 april 2014. De werkgever had dan ook de werkneemster opnieuw door de bedrijfsarts moeten laten onderzoeken in verband met de nieuwe ziekmelding op 27 april 2014. Nu de werkgever dat heeft nagelaten, heeft de werkneemster recht op de betaling van haar loon tijdens ziekte. De werkgever beriep zich er onder andere op dat het deskundigenoordeel pas enkele dagen oud was en dat het UWV geoordeeld had dat de werkneemster arbeidsgeschikt was.

De kantonrechter was het met SRK eens. De werkgever had de werkneemster in verband met de nieuwe ziekmelding opnieuw door de bedrijfsarts moeten laten zien om te bepalen of zij arbeidsongeschikt was. Hiervoor was temeer reden nu de advocaat van SRK in een brief duidelijk had aangegeven om welke medische klachten het ging. De werkgever kon zich niet op het deskundigenoordeel beroepen, omdat dit oordeel betrekking had op een andere periode.

Op grond hiervan werd de werkgever veroordeeld alsnog het loon tijdens ziekte te betalen en de kosten van het proces.

Conclusie:
Let er dus op dat er bij een ziekmelding in principe een beoordeling moet plaatsvinden door de bedrijfsarts. De werkgever zelf mag geen doktertje spelen. Let er ook op dat het deskundigenoordeel betrekking heeft op de datum van de ziekmelding, waarover werknemer en werkgever het niet eens zijn. Anders kunnen partijen daar geen beroep op doen.

SRK Rechtsbijstand

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp