Lagere drempel schadevergoeding voor slachtoffers strafbaar feit

Belangrijk nieuws voor de praktijk: vanaf 1 januari 2016 geldt de voorschotregeling voor slachtoffers die zich met een civiele vordering hebben gevoegd in de strafzaak voor alle misdrijven.

Deze voorschotregeling betekent kort gezegd dat de slachtoffers vanuit het Openbaar Ministerie een voorschot ontvangen op hun schadevergoeding en deze schade vervolgens door het OM wordt verhaald op de dader(s). Voorheen gold deze regeling alleen voor slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven en dienden de slachtoffers in overige gevallen de schade zelf te verhalen.

In dit artikel ga ik wat dieper in op de formaliteiten en de mogelijke gevolgen voor de rechtspraktijk. Eerst plaats ik deze ontwikkelingen in een wat ruimer historisch perspectief.

Voorgeschiedenis

De mogelijkheid voor slachtoffers om zich met een schadeclaim te voegen in de strafzaak tegen de dader bestaat al vanaf 1886. Het was toen nog heel beperkt, tot een maximum van 150 gulden. Slachtoffer heette toen nog ‘beledigde partij’. Later werd dat ‘benadeelde partij’ en werd de limiet verhoogd tot Fl 1.500,-.

Vanaf met name de 70-er jaren was er een constante roep om de positie van het slachtoffer te verbeteren. Hierbij was wel sprake van een spanningsveld: de autonomie van het strafproces werd vooral door de strafrechters gezien als een groot goed, de civiele vordering moest bijzaak blijven.

In 1992 kwam de wet Terwee. De limiet verviel daarbij geheel. Er werden wel andere voorwaarden aan de vordering gesteld die ook nu nog bekend voorkomen:

  1. De schade moest een direct gevolg zijn van het misdrijf
  2. De vordering moest eenvoudig van aard zijn
  3. Er moest sprake zijn van een veroordeling tot enige straf of maatregel

Criterium 2 is inmiddels veranderd in: geen onevenredige belasting van het strafproces. Wat betreft 3: tegenwoordig voldoet ook het geval van artikel 9 A Wetboek van Strafrecht: schuldigverklaring zonder oplegging straf. 

Een volgende stap in de verbetering van de positie was de Voorschotregeling in 2010. Dat hield in dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie een door de rechtbank opgelegde schadevergoedingsmaatregel (dat houdt in dat het slachtoffer niet zelf hoeft te incasseren, maar dat dit door het CJIB wordt gedaan) na eerst 8 maanden incassopoging bij wijze van voorschot aan het slachtoffer betaalt, met de mogelijkheid van verhaal op de dader. Dit gold echter alleen voor slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven.

De regeling  per 1 januari 2016 

Vanaf 1 januari 2016 is de beperking tot gewelds- en zedenmisdrijven vervallen. De ingangsdatum verwijst naar de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, d.w.z. de datum van het vonnis. Dus niet: de datum van het delict. 

Voor deze ‘overige misdrijven’ geldt een limiet tot € 5.000,-.  Voor de gewelds- en zedenmisdrijven blijft de voorschotregeling onbeperkt gelden. 

Gevolgen voor de praktijk

Het is duidelijk dat de gevolgen voor de praktijk groot zijn. Het is de vraag of de wetgever dit voldoende heeft overwogen. Bij de beoordeling van de gevolgen moet voorop gesteld worden dat het incasso op de dader niet kansrijk is. Veel van hen leiden een marginaal bestaan, en/of hebben een groot negatief vermogen. Ter illustratie, als ‘inside information’ is mij ooit eens toevertrouwd dat het CJIB slechts 5% van de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ook werkelijk incasseert. 

Aldus bezien is het woord ‘Voorschot’ eigenlijk een eufemisme voor ‘Schenking’. De Voorschotregeling komt dus neer op een politieke keuze, overheveling van vermogen van de belastingbetaler naar het slachtoffer van een misdrijf. Ik heb niet de indruk dat de burgers zich hier voldoende over hebben uitgelaten, maar dat even terzijde.

De praktijk dat slachtoffers alleen een reële kans op schadevergoeding maken als de veroorzaker strafrechtelijk wordt veroordeeld (en de civiele vordering wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel!) legt een extra druk op het strafproces. Er hangt met andere woorden voor het slachtoffer meer vanaf dan voorheen. Bij sepots moet die omstandigheid worden mee overwogen. De vraag daarbij is of het OM wel wíl vervolgen als dit leidt tot financiële gevolgen voor het Ministerie van V & J.

Ook geeft het de slachtoffers een extra belang om tegen een sepot in beklag te gaan bij het Gerechtshof op de voet van artikel 12 Sv. Het is de vraag of het Gerechtshof dit belang op zichzelf genomen rechtens respectabel zal achten.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de rechters zich door de nieuwe Voorschotregeling zullen laten beïnvloeden. Hoe dat zal zijn, is nu nog speculeren. Ik stel voor dat wij eerst eens een jaar afwachten wat de ervaringen zijn. Mocht het nodig zijn, dan kom ik hier nog op terug.

Ik heb in februari a.s. een Politierechterzitting voor een benadeelde die schade heeft geleden aan haar scooter die is ontstaan na een politieachtervolging. De heler wordt hiervoor vervolgd. Hij behoort tot het type dat normaliter geen verhaal biedt. Ik kan van dichtbij zien of de Voorschotregeling cliënte uitkomst biedt. Een mooie proef op de som. 

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp