Smartengeld bij letselschade

Wie in Nederland letsel oploopt waarvoor een ander aansprakelijk is, heeft recht op een vergoeding van de immateriële schade. Dat wordt ook wel het smartengeld genoemd. Immateriële schade is schade veroorzaakt door verdriet, de pijn en het verlies aan levensvreugde na een ongeval, mishandeling of medische fout. Hoe wordt de omvang van deze schade bepaald?

In de wet is bepaald dat de hoogte van het smartengeld naar ‘billijkheid’ wordt vastgesteld. Dat betekent dat er rekening dient te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van het letsel en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Een belangrijk hulpmiddel in de letselschadepraktijk voor de vaststelling van smartengeld is de ANWB Smartengeldgids. In deze gids worden al meer dan 50 jaar de uitspraken van de rechters over de toekenning van het smartengeld gebundeld. Op deze manier kan in een letselschadezaak de vergelijking worden gemaakt met eerdere vergelijkbare uitspraken. Bij minder ernstig en tijdelijk letsel kan ook de ‘Richtlijn Licht Letsel inclusief Smartengeld’ worden bekeken. Hierin staat een drietal categorieën genoemd met smartengeldbedragen variërend van € 750,- tot € 1.850,-. De hoogste categorie geldt bij een herstelperiode van ongeveer vier tot zes maanden. De omstandigheden van het geval kunnen de smartengeldbedragen natuurlijk hoger maken of lager. 

De uitgekeerde bedragen in Nederland

De bedragen die in Nederland uitgekeerd worden voor het vergoeden van immateriële schade worden over het algemeen gezien als onder de maat. Als we kijken naar omringende landen, dan waren de smartengeldbedragen in Nederland tot voor kort inderdaad relatief laag. Het hoogst toegewezen bedrag was € 150.000,-. In deze zaak was een slachtoffer van een poging tot moord eerst door de dader verdoofd en met een hamer op zijn hoofd geslagen. Hierna was geprobeerd het slachtoffer te verstikken. Ten gevolge hiervan heeft hij een ernstig hersenbeschadiging opgelopen, waardoor hij onder meer linkszijdig verlamd is, epilepsieaanvallen en cognitieve en geheugenstoornissen heeft. Hij is 24 uur per dag zorgafhankelijk en kan niet meer een normaal gezinsleven leiden. Gelet op het opgelopen letsel en de gevolgen daarvan wordt het toegekende bedrag als laag ervaren.

Als we kijken naar de ons omringende landen dan valt het op dat het toegewezen smartengeld hoger is dan in Nederland. In de literatuur wordt aangeduid dat de oorzaak hiervoor gevonden kan worden in de wijze van de vaststelling van de hoogte van het smartengeld. Er wordt immers een vergelijking gemaakt met de zaken uit het verleden waardoor er geen vooruitgang met betrekking tot de begroting van het smartengeld wordt geboekt. De afgelopen jaren wordt er in de literatuur veel nagedacht en geschreven over de hoogte van het smartengeld. Ook de rechters zijn bekend met deze discussie. In een aantal uitspraken wordt hier door rechters zelfs naar verwezen en is het smartengeld mede daarom verhoogd met 10% (zie bijvoorbeeld het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: ECLI:NL:GHARL:2014:181). 

Zoektocht naar een billijke vergoeding

Elders zijn er ook interessante ontwikkelingen gaande over de vaststelling en hoogte van het smartengeld. Hoogleraar Louis Visscher heeft onlangs een nieuwe methode bedacht om de wijze van vaststelling van het smartengeld te bepalen. Hij pleit voor de zogenaamde Quality Adjusted Life Year (QALY) methode. Dat is een methode die in de gezondheidseconomie ontwikkeld is. Met een QALY wordt de invloed van het letsel op de kwaliteit van leven uitgedrukt. Eén QALY staat voor de waarde van één jaar leven in een bepaalde gezondheidstoestand. Aan deze QALY wordt vervolgens een geldbedrag gekoppeld. Hoe ernstiger het letsel, hoe hoger de QALY en dus ook het smartengeld. Over het algemeen komen uit de QALY methode hogere bedragen aan smartengeld dan nu in de praktijk wordt toegewezen. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 2 juli 2013 echter dat de QALY methode niet van toepassing is bij immateriële schade ten gevolge van onrechtmatige daad (ECLI:NL:GHAMS:2013:2216). Of de QALY benadering dus ook in de letselschadepraktijk zal  worden toegepast is nog maar de vraag. 

Een andere ontwikkeling die al enige tijd gaande is werd tijdens De Doelderdag op 29 oktober 2015 over smartengeld bij letselschade nog eens onder de aandacht gebracht. Mr. Theo Kremer van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) liet weten dat het PIV in gesprek is met de vereniging van letselschade advocaten ASP en de Letselschade Raad over een eigen nieuwe methode voor het vaststellen van smartengeld. Momenteel is daar echter nog niets concreet over naar buiten gekomen.

Recente recordbedragen

Opmerkelijk is dat in één week tijd twee recordbedragen aan smartengeld zijn uitgekeerd. In een zaak waarbij twee slachtoffers ernstige brandwonden opliepen door een brandbom legde de Rechtbank Gelderland op 11 november 2015 een smartengeldvergoeding op van € 200.000,-. Vervolgens is op 20 november 2015 in een medische kunstfout zaak door het UMC Utrecht een smartengeld-uitkering gedaan van € 338.000,-. In deze zaak is het smartengeld tussen partijen onderling overeengekomen en zonder tussenkomst van de rechter. 

Conclusie

De discussie over de hoogte en wijze van vaststellen van het smartengeld bij letselschade is volop gaande. Het lijkt er daarbij op dat de bedragen in Nederland de laatste tijd vlot aan het stijgen zijn en dat is een goede ontwikkeling. Of deze stijging zich zal voortzetten, zullen we moeten afwachten. 

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp