Vluchtvertraging: Arrest EU Hof van Justitie in door SRK aangespannen civiele procedure

Een klant van SRK had te maken met een vluchtvertraging van 29 uur. Een van de motoren van het toestel startte niet vanwege gebrekkige brandstoftoevoer. De oorzaak was volgens de luchtvaartmaatschappij gelegen in twee voortijdig defecte onderdelen. De fabrikant had niet op dit risico gewezen.

Bij onderhoud een maand eerder was er niets aan de hand. De luchtvaartmaatschappij beriep zich op overmacht (buitengewone omstandigheden). SRK vorderde namens de passagier schadevergoeding met het argument dat het technisch mankement voor rekening en risico van de luchtvaartmaatschappij kwam. De Nederlandse rechter legde het Hof een aantal vragen voor om meer duidelijkheid te verkrijgen of onder omstandigheden als deze ook sprake is van overmacht.

De regeling  

Er is een Europese Verordening, op grond waarvan volgens het Hof van Justitie de passagier bij een langdurige vertraging van drie uur of meer recht heeft op schadevergoeding, oplopend tot € 600, voor het tijdverlies. Bij overmacht (buitengewone omstandigheden) vervalt het recht op compensatie. Het Hof heeft eerder beslist dat een technisch gebrek, dat vaak de oorzaak van vertraging is, inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening en dan voor risico van de luchtvervoerder is.

Het vonnis

Het Hof oordeelde op 17 september 2015 dat het hoge beschermingsniveau van de passagier met zich meebrengt dat een beroep op buitengewone omstandigheden beperkt moet worden gehonoreerd. Een technisch probleem als hier aan de orde valt niet onder buitengewone omstandigheden, ook al deed het zich plotseling voor, was het niet toe te schrijven aan gebrekkig onderhoud en evenmin tijdens regulier onderhoud ontdekt. Zo’n onverwachte gebeurtenis is inherent aan de normale bedrijfsuitoefening, omdat de luchtvaartmaatschappij gewoonlijk met dit soort onverwachte technische problemen wordt geconfronteerd. Ook kan een luchtvaartmaatschappij daadwerkelijk invloed uitoefenen op het voorkomen van storingen en reparaties, gelet op de onderhouds- en zorgplicht voor haar toestellen. Met inachtneming van dit oordeel moet de Nederlandse rechter nu vonnis vellen.   

Conclusie

Dit arrest trekt de eerder ingezette lijn door. De speelruimte voor een luchtvaartmaatschappij om zich met succes op buitengewone omstandigheden te beroepen is met dit vonnis verder verkleind. Immers, een spontaan gebrek dat zich ondanks normaal onderhoud voordoet rechtvaardigt geen beroep op buitengewone omstandigheden. Het behoort bij het bedrijfsrisico van de luchtvervoerder.   

Share:

Meer nieuws van SRK

Share:

Voor alle juridische hulp